Geschiedenis van de parochie St. Gerebernus

GESCHIEDENIS PUNT
Het weekend van 1 juni 2012 werd in onze parochie “70 jaar Punt” gevierd.
Officieel: Onze Sint Gerebernusparochie werd gesticht op 1 juli 1942. (Belgisch Staatsblad 23/07/1942).
En vermits we in een parochiegemeenschap niet alleen nieuwsgierig zijn naar wat er gebeurt in de toekomst, maar velen ook nog wel eens iets meer willen weten over “vroeger” geven we vanaf nu regelmatig een stukje bondige historiek. De mosterd hiervoor hebben we gehaald bij onze erepastoor Jos Versmissen.

”Wie toekomst wil maken, moet durven dromen”
In 1384 komt Geel, door huwelijk in handen van Jan van Hoorne. Zijn bastaardzoon Dirk van Parwijs woonde op ’t Schrans (volgens meester Smets) en legde een prachtig park aan ten oosten van zijn herenhuis, in Vogelzang en Groententen. In 1486 wordt Jonker Wouter van Lije drossaard van Geel. Hij bezat in Geel een schoon leenhof dat een groot deel van Poiel en Liessel omvatte. Nadat hij in 1495 uit Geel vertrokken was, benoemde hij in 1506 toch nog leenmannen voor zijn hof tot Poiel en Leeks. Gedurende de 80-jarige oorlog, voornamelijk tussen de jaren 1578 en 1583 werd 2/3 van de Geelse woningen verwoest. En ook het Schrans? In 1645 levert onze Puntse steenbakker Jan Verwimp  27886 bakstenen voor de bouw van de Herentalse kerk. In 1610 wordt in de “Antiquidates Antverpiae” van de geschiedschrijver Gramaye het begrip “Leex” aangehaald. Ook is er melding van een klooster op de Meulenberg in de 8ste en 9de eeuw. In de 11de eeuw kreeg de Hees een versterkt gebouw (de Schranshoeve?) en komen ook de vermeldingen Poiel, Stokt, Velveken en Wolfsbossen voor.

”Als je broedt op ZORGEN komen ze uit.”.
Uit de Ferrariskaart die Jozef de Ferraris maakte in 1775 tijdens het Oostenrijks Bewind van Maria-Theresia van Oostenrijk kunnen we opmaken dat het grootste deel van ’t Punt een vrij eigenaardig heideveld was: in de winter te nat, in de zomer te droog. Alleen Vogelzang, Poiel en Meulenberg hadden akkergronden. In 1742 werd dan de huidige Schrans gebouwd (op grond van de beroemde voorganger?). Tijdens de aanhechting bij Frankrijk (1792-1815) werd in 1796 op de Oevelse heuvels een houten molen gebouwd. Een verhaal (echt of verzonnen?) vertelt hoe de molenaar eens uitgespannen werd en zo de houten molen kwijtspeelde. Uit reactie (of wraak?) toonde hij dat hij wel geld had en bouwde een stenen molen vlakbij de houten molen. Vandaar de naam “Tweemolenstraat”. Door de aanleg van het Albertkanaal verloor deze maalder veel klanten, zijn houten molen werd verkocht en in 1939 naar Eindhout overgebracht.

In 1822, toen Hendrik Tubbax pastoor-deken werd in Geel—hij woonde op ’t Punt in de Wolfsbossen—stonden er op ’t Punt volgend aantal huizen: Wolfsbossen: 5, Molenberg: 5 (waarvan 1 achterin: nu Bell Telephonelaan), Liesel: 3, Poiel: 5, Steenovens: 5 (“kruip-in”s), Vogelzang: 2, Haagakker: 1.
De cijfers van 1882: Kruisweg: 15, Heuvel: 9, Heze: 23, Molenberg: 13, Den Houdt: 12. Samen met J.F. de Billemont komt H. Tubbax op bij de provincieraadsverkiezingen. Wanneer echter burgemeester Le Bon vermoord werd, worden zij beiden door de bevolking als aanstokers aanzien. Tubbax lijdt daar zeer erg onder, verkoopt zijn boerderij in 1845 en vertrekt naar Schaarbeek. Maar rond die periode ontstond ook de naam PUNT : met de aanleg van de weg naar Herentals en de aansluiting hier met de grote baan Turnhout-Diest, ontstond een belangrijk kruisPUNT. Een groot deel van ’t Punt was in handen van de familie de Mende de Home. En het kadaster van 1841 vermeldt terloops dat er in de Wolfsbossen een prachtig park was, met 8 dreven, in ’t midden ervan een jachthuisje stond en de visrijke Poielloop dwars door dit park liep.

In 1840 verschijnt een nieuwe steenbakker bij ons: “de ouwe Van Vliet”, hij zorgt voor de fameuze “kotters” achter de Rochus. Op het kruisPUNT bouwt hij met de beste en mooiste Puntse steen een huis. Op het gebied van huisvesting zal hier later de parochie  “’t Punt” geboren worden. Toen bakker Leysen deze woning overkocht, werd er een volwaardige herberg en afspanning van gemaakt met stallen voor paarden, werkplaats voor herstellingen, gastenkamers…. En zo ontstond er op die plaats, achter het woonhuis een mooi zeshoekig gebouw met middenin een grote open ruimte. Na Leysen kwamen volgende eigenaars: De Bruyne, kantonnier Van de Waele, Mieke Faes en Sooi Govaerts (1939: Sooi van ’t Punt).

De steenbakker “Van Vliet” (einde 19de eeuw) was niet de enigste, er waren er nog 13 anderen. Ene hield het zelfs vol tot in 1932: Frans Baeck. Enkele arbeiders in de steenbakkerijen (de alleroudsten onder ons herinneren er zich nog wellicht iets van): Jan Debal, Frans Baeck, Sus Debal, Leonie en Fien Alen, Jef Goris (de Noekes = grootvader van Anny Andersen = show- en TV-vedette). Tussendoor, een kleine anekdote: het feest van St.-Jan op 23 juni: op dit feest verhuisden naar gewoonte de dienstboden in Geel: Ze kwamen met versierde St.-Janskarren samen op de Geelse Markt, werden er opgewacht door “de speelman” en zo kon er feestelijk gedanst worden. Deken Eyskens echter vond dat dat dansfeestje aanleiding was voor allerlei zonden en slechtigheden. Hij hield daarom een krachtige en gepeperde preek. Gevolg: Op de markt op 23 juni: geen enkele St.-Janskar te bespeuren. Deze karren waren nu naar ’t Punt getrokken op de grens met Oevel. De veldwachter van Oevel, gevraagd om in te grijpen, verbood het dansen. Maar de slechtheid zoekt de enigheid en de dansers gingen door eenzame bossen en kanten naar huis.

Eind 19de eeuw (regeerperiode koning Leopold II) sloten verschillende steenbakkerijen hun deur: o.a. Van Vliet in 1888 en Remi De Pooter in 1895. Maar langs de nieuwe banen beginnen mensen huizen te bouwen en stilaan groeit een nieuwe leefgemeenschap. Begin 20ste eeuw: ons dorp heeft weinig oorlogsleed van WO I gezien, alleen kan er gemeld worden dat Alfons Lachi van de Hezewijk gesneuveld is in Luik op ’t einde van die wereldbrand. Sensatie op ’t Punt was er wel op 31 mei 1930 toen koning Albert I er de eerste spade stak voor het graven van “zijn kanaal”. Ernstiger werd het toen er onteigend werd: plots moesten boerderijen, woningen, gronden van eigenaar veranderen. Roos van Tongerlo bijv. was echt ontroostbaar en zeker toen werkelijk reuzegrijpers, excavatoren met hun stalen scheppers het slijk bovenhaalden en erna de beminde grond weggevoerd werd.

De aanleg van het Albertkanaal bracht niet alleen verdriet of nadeel mee. Er was ook een positieve noot aan verbonden. Het kanaal sneed wel wat secundaire wegen af en de staatsbaan Geel-Diest werd belangrijker. En die hobbelige, gekasseide weg met een zanderige voetpad (zomer) ofwel plassen (winter) werd in 1931 in volle breedte gebetonneerd.
Onder de regeerperiode van koning Leopold III en Prins-Regent Karel (1934—1951) werd onze parochie gesticht als 11-de parochie van Geel. En ja, dat Albertkanaal lag eigenlijk aan de basis van het ontstaan van onze parochie. Maar voor we hier verder over uitweiden: toch nog even aanhalen dat het graven van het Albertkanaal en het begin van WO II voor ’t Punt toch ernstige ongemakken meebrachten.

Het graven van het Albertkanaal bracht heel wat moeilijkheden mee voor onze mensen: Oevel werd in 2 gesneden. Elke dag werd het moeilijker voor de kinderen om op school te geraken.: want waar kon men eigenlijk “die vaart” over geraken?. Maar ook de Oevelse parochianen, wonende aan de Geelse kant, geraakten hoe langer hoe moeilijker in hun dorpskerk. Voor de kinderen was er wel een oplossing: er werd grond gekocht in de Molenstraat. Maar wegens de dreigende oorlog werd er een noodoplossing gezocht en gevonden op de Hees. De gemeente Oevel huurde er een kamer in het huis van Remi Mertens en na de paasvakantie 1938 begon Gusta Van Doninck er les te geven aan de Oevelse kinderen. Zeer snel moest er echter, wegens het onverwachte succes een 2de kamer bijgehuurd worden, nu bij Jef Boeckx, eveneens op de Hees. Maar niet alleen de kinderen van Oevel waren tevreden, maar ook sommige kinderen uit Geel (Stelen of Larum). Zo kwam stilaan de vraag op gang: waarom kan hier ook niet wat in Holven (in 1939 werd dit een zelfstandige parochie) wel kon?

Ja, en dan, 10 mei 1940 en daar is de oorlog. En dat Albertkanaal vormde een natuurlijke verdedigingslijn. In onze omgeving, bij onze mensen lagen heel wat soldaten ingekwartierd, om dit kanaal te verdedigen. Zelfs een aalmoezenier las op zondagen de mis in de voorplaats van de gebroeders Verwimp op de Herentalseweg.. En ook de mensen van ’t Punt profiteerden er evenwel ook van. De oorlog brak dan uit. Van veel verdedigen van het kanaal kwam niets in huis. Er werd niet veel gevochten toen: alleen de bruggen over ’t Albertkanaal werden opgeblazen. Ook ons kruispunt was ondermijnd en moest er aan geloven. Er waren dan ook zware beschadigingen bij het huis van Staf Lornoy en de afspanning/remise van Sooi Govaerts. Maar omdat ook voor de belegerende Duitsers de verbinding Turnhout-Diest belangrijk was, werd er snel een houten noodbrug gelegd over ’t kanaal.: ’t Punt had een (houten) brug, Stelen en de Kruisweg (Oevel) een vlot. Maar ja, een Mis en een aalmoezenier was er op ’t Punt eventjes niet meer. Dit alles maakte voor velen de vraag naar een parochie ’t Punt nog actueler en heviger.

In 1941 dan bepleitte deken Peeraer bij het bisdom de oprichting van een nieuwe Geelse parochie ’t Punt. Ook bij de gemeente en andere bevoegde instanties klopte hij aan. Na een bezoek van de kardinaal ter plaatse krijgen de zusters van Huldenberg (Annonciaden) op 26/07/1941 de opdracht onderwijs op ’t Geelse Punt aan te bieden. De eerste klaslokalen komen er dan als noodoplossing, in de geteisterde afspanning op ’t Punt. Op 17/09/1941 beginnen dan 2 van deze zusters een meisjesschool in deze noodlokalen. Zelf vinden de zusters hun eigen onderkomen op de Waaiburg. Op 1 oktober 1941 volgt er dan al snel een kleuterschool (bewaarschool). Op 19/10/1941 kwam deken Peeraer er dan de eerste Mis opdragen in een ander lokaal van de afspanning, dat voorlopig als kapel was ingericht. Na deze viering werd voor de volgende zondag- en feestdagvieringen E.H. Eduard Peeters als voorlopig pastoor aangesteld.